Van de late middeleeuwen tot de 19de eeuw werkten de meeste mechanische instrumenten - van de beiaardautomaat tot de kleine muziekdoos - volgens hetzelfde eenvoudige principe: toetsen werden ingedrukt door stiften op een cilinder. Dit systeem was eenvoudig, maar had ook nadelen. Het maken en omwisselen van cilinders was duur en omslachtig. Toen muziekdozen in de 19de eeuw een massaproduct werden, deed een mechanisme de cilinder na elke omwenteling een paar millimeter opschuiven om een volgende melodie te laten klinken. Na 6 à 7 melodieën kwam de cilinder weer in zijn beginpositie.